Over techniek, tragiek en ADV.
G'day mates,
M'n vorige berichtje is alweer een tijdje geleden, druk, druk, druk. Het
begin van het badseizoen en het daarbij behorende mooie weer, maakte dat er
veel tijd aan het veldwerk besteed kon worden. Het vangen, meten, ringen en
transponderen van Fulmars ging in hoog tempo, we hadden "topdagen" met meer
dan 25 vogels. Ik heb me de techniek van het vangen ook een beetje eigen
kunnen maken en niet geheel zonder resultaat. Het werd soms echt druk in de
"wachtkamer" voor het ringen. Als afwisseling voor het knutselen met
electriek in de apple, was het werk in de kolonie erg leuk. Het "knutselen"
en de niet aflatende inspanningen van Jan en Jeroen om de nesten op een
goede manier in het veld te plaatsen, heeft nu toch als resultaat dat 37
kunstnesten permanent informatie omtrent gewicht en transpondernummer aan de
registratie PC in de apple doorgeven. Inmiddels heeft het systeem ruim
60.000 regels met data verzameld en zullen daar de komende 3 maanden
dagelijks nog zo'n 1000 metingen bijkomen ... Mooie klus om dat uit te
werken.
Op enkele kunstnesten in de Antarctic kolonie zitten nu vogels te broeden. Dat m.b.v. de techniek ook de tragiek in de kolonie in beeld gebracht kan worden blijkt uit het volgende. Bij de dagelijkse ronde die Jeroen bij de kolonie Antarctic Petrels maakt, bleek een ei van een kunstnest te zijn verdwenen en er naast te liggen. Bestuderen van de registratie gegevens maakte duidelijk dat het verlaten van het nest mogelijk alles te doen had met een verstoring door waarschijnlijk een reuze-stormvogel, die al meerdere keren voor "dood en verderf" in de kolonie had gezorgd. Uit de gegevens bleek n.l. dat ALLE kunstnesten omstreeks hetzelfde tijdstip waren verlaten, een paniek-reactie van de vogels, en dat het betreffende ei bij dit plotselinge vertrek van het nest is "getrapt".
Een transponder is overigens een microchip die een uniek nummer bevat, dat tot op enkele tientallen centimeters afstand met een "reader" kan worden uitgelezen. Elk kunstnest bevat dus naast het weegdeel een dergelijke reader. De transponder is zodanig klein dat hij middels een injectienaald kan worden ingebracht. Bij "onze" vogels wordt dat net boven de poot gedaan. Transponders hebben het "eeuwige" leven omdat zij hun energie a.h.w. draadloos door de reader krijgen aangeleverd, batterijen vervangen is er dus niet bij. Dat dit eeuwige transponder-leven voor enkele vogels niet heeft mogen baten bleek toen Jeroen onlangs een leeggevreten kadaver vond met transponder. Jeroen is overigens een zeer scherp waarnemer, zo presteerde hij het ook om de transponder van een ander slachtoffer in de sneeuw terug te vinden.
Na 55 dagen Ardery Island was mijn bezoek aan Casey Station een zeer
welkome afwisseling. Douche, kleding wassen even andere gezichten zien
(sorry Jan en Jeroen)...... Mark Goodall, station-leader van Casey zou
zolang mijn plaats innemen. De boat-crew bracht behalve Goodall ook nog
diverse andere "goodies" zoals een volle gasfles (90kg de sneeuwhelling
opslepen), welkoms-taart, vers brood, aardappelen en niet te vergeten bier.
Nadat de gebruikelijke zakken met afval (burnable, non-burnable en dunny) in
de 2 rubberboten waren geladen was er ook nog plek voor mij over en begonnen
we een avontuurlijke tocht. Eerst echter een picknick op een flinke rots in
een baai die verder met ijs omgeven was. Adelie-penguins konden hun ogen
niet geloven en kwamen tot op enkele meters kijken naar de hun onbekende
soort.
Onderweg had
de BB-motor van een van de rubberboten al gehaperd, bij vertrek van de
picknickplek hield hij het echter helemaal voor gezien. Een gebroken veer in
de brandstof pomp bleek de oorzaak. Met wat kunstgrepen wisten Andy, Psycho
en Stephen het ding weer te repareren terwijl Mick, Sam en ik niet veel meer
konden dan commentaar geven. We vervolgden onze tocht tussen de eilanden en
ijsbergen door naar Ford Island. Daar wilde Andy (Field Training Officer op
Casey en als zodanig als eerste verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens
"uitstapjes") een noodvoorraad controleren. We legden aan in een kleine baai
aan de rand van het zeeijs waarop een aantal Weddell-zeehonden lag ten
luieren. Onze komst maakte op hen geen enkele indruk. Met z'n vieren
begonnen we de wandeling over het zeeijs naar het eiland, op sommige
plaatsen over smalle scheuren stappend, waar inkijkend je enig idee kreeg
van de enorme dikte van het ijs.
De plek van de noodvoorraad was snel gevonden en bij controle bleek alleen de jerrycan met brandstof erg verroest, deze moest binnenkort worden vervangen. De krat met noodrantsoenen, een kooktoestel en de ingepakte tent bleken nog in prima konditie. Terug op weg naar de boten zagen we al van verre dat de twee achterblijvers een andere aanlegplek hadden gezocht. Eenmaal bij hen was de reden duidelijk; de baai was, door een draaiende wind, volledig dicht gedreven met enorme ijsschotsen. Door met de twee boten (ieder met 30pk) tegen de schotsen te duwen lukte het langzaam om in deze "legpuzzle" van ijs steeds weer een smalle doorvaart te maken. Af en toe bleek de doorgang zo smal dat de boten slechts met een zijde in het water dreven en de andere kant over het ijs schuurde. Een houten roeispaan begaf het bij het steeds maar weer afduwen, de resterende kunstof peddel bleek ongeschikt voor dit werk ...... Zo ploeterden we door 500 meter ijsschots heen totdat we open water bereikten. Later bekende de toch zeer ervaren boat-crew dat zij even hadden gedacht op Ford Island te moeten overnachten, mooi dat de noodrantsoenen daar net gecontroleerd en goed bevonden waren ........ De terugvaart naar Casey verliep verder probleemloos en de hartelijke ontvangst, de warme douche en heerlijke maaltijd met IJS toe deden het avontuur bijna vergeten.
Voor de volgende avond was er een "Guinnes party" in "Wilkes Hilton" georganiseerd. Wilkes was in de jaren 50 een Amerikaanse basis op enkele kilometers van het huidige Casey, nu echter vervallen en deels ondergesneeuwd. Het Hilton aldaar is een ruime hut met houtkachel, kookgelegenheid en zes slaapplaatsen, een populaire bestemming voor een "jolly" op de vrije zondag.
Ik kon kiezen uit diverse
vervoersmogelijkheden van Casey naar Wilkes, lopen, skien, met de hagglund
(rupsvoertuig) of op de quad (4-wheel 300pk motor). Ik koos voor de laatste
en zo vertrokken Chris en ik, ieder op een quad, voor een rit over de
Antarctische ijskap. Eenmaal bij Wilkes, had George de barbeque buiten al in
gereedheid gebracht en het bier in een sneeuwwal koud gezet. Het was een
prachtige zonnige windstille avond en het uitzicht vanaf het "terras" over
de zee met de vele ijsbergen tegen een achtergrond van een rose-blauwe hemel
was adembenemend mooi. Het Guinnes-feestje wisselden we af met een flinke
wandeling naar een kolonie Adeliepenguins. Honderden penguins in groepen bij
elkaar, velen ervan al broedend op een ei. Ook hier valt weer op hoe
onverstoorbaar de beesten hun gang gaan ondanks onze aanwezigheid. Na
tijdens deel 2 van de party nog behulpzaam te zijn geweest bij de
professorische reparatie van de audioset in het "Hilton" ben ik omstreeks
01:00 samen met Adam op de quads naar Casey terug gereden. De volgende
ochtend vertrokken we om 08:30 terug naar Ardery Island.
Eenmaal terug op Ardery gaan de "normale" werkzaamheden weer door.
Dagelijkse controle van de swow petrel kolonies, waar ik vandaag het eerste
ei aantrof, en het verder werken aan een beschrijving van het systeem. Ook
moet er nog wat reparatiewerk aan enkele defecte onderdelen worden gedaan en
zal de software op enkele punten nog iets worden aangepast. Voorlopig nog
voldoende te doen!
(11-Jan-1997)
De
grote oranje taxi
Geachte e-mail abbonnees en andere lezers,
Het Antarctica avontuur gaat voor mij langzaamaan zijn laatste episode in.
Vandaag, 11 januari kwam de grote oranje taxi, de "Aurora Australis" Newcomb
Bay invaren, 14 dagen later dan geplanned. Wat is plannen ..... veel van de
aktiviteiten hier zijn afhankelijk van het weer, wat is er wisselvalliger
dan datzelfde weer ..... Ik heb geleerd overal op voorbereid te zijn maar
nergens op te rekenen, een ervaring die je in de overgeorganiseerde wereld
waar ik binnenkort weer in terug kom niet meer zo snel zult opdoen.
De aankomst van de Aurora heeft heel Casey in de ban, in 4-5 dagen moet de volledige resupply en transfer van personeel zijn afgerond. Het gaat om enorme hoeveelheden voedsel voor de winter en 630.000 liter brandstof. De havenfaciliteiten zijn hier beperkt, alle materiaal moet met kleine boten aan wal worden gebracht, voor de brandstof heeft men op het laatste moment toestemming gekregen om een pijpleiding te gebruiken. Shane, de kok, maakt extra drukke tijden door. I.p.v. voor 33 personen moet hij nu voor meer dan 100 man en vrouw koken. Een aantal van de bootpassagiers en de crew is al vanaf 9 december op zee en maken dus graag van de gelegenheid gebruik een bezoek aan Casey te brengen. Het "home-brew" bier zal vanavond ook wel rijkelijk vloeien en de overwinteraars van '96-'97 zullen hun zojuist gearriveerde opvolgers veel te vertellen hebben.
Terwijl ik hier op Casey de vanuit Nederland verzonden reserve materialen afwacht en hoop dat de nieuw aangeschafte PC nog ergens op de boot wordt gevonden, gaat het veldwerk op Ardery Island gewoon door. Jan en Jeroen gaan ogenschijnlijk onverstoorbaar verder, ver van het rumoerige Casey. De 37 operationele kunstnesten leveren nog dagelijks forse hoeveelheden data, ondanks het feit dat het aantal op een kunstnest broeden vogels sterk is afgenomen. Het regelmatige bezoek van Reuze Stormvogels lijkt hiervoor de hoofdoorzaak. Ook Jan zal een dezer dagen het vertrouwde Ardery verlaten, Oliver de Australische vrijwilliger staat hier al te popelen om onze plaats op het eiland in te nemen.
Voordat iedereen hier met kisten en dozen ging slepen hadden we nog de gelegenheid een tocht naar een niet meer in gebruik zijnde ijs-boorlocatie te maken. Ijsmonsters vanaf grote diepte kunnen veel informatie opleveren over b.v. klimatologische veranderingen. De tocht naar "S2" kon echter niet zonder enige voorbereiding worden ondernomen, Field Training Officer Andy stond erop nog enkele van zijn goocheltrucs met touw te demonstreren. Met name de "Z-drag", een constructie om b.v. een brancard te hijsen, kreeg veel aandacht. Niet bepaald geruststellend ....... Nadat 's middags een ruime hoeveelheid klimmateriaal, lampen en de nodige mondvoorraad alsmede noodrantsoenen, tent en weer diezelfde brancard in de Hagglund was geladen konden Andrew, Anthony Jan en ik vertrekken.
Het weer was er niet beter op geworden, de lucht was grijs er viel wat sneeuw en de wind won steeds meer aan kracht. Op de ijskap zou het alleen nog maar slechter worden. Zonder enige moeite baande het rupsvoertuig zich een weg door ijs en sneeuw, de vering liet het nodige te wensen over en het motorlawaai maakte normaal praten vrijwel onmogelijk. Ik waande me in een tank. Voordat we de ongeveer 80 km naar S2 hebben afgelegd zouden er minstens 6 uur verstrijken, volop gelegenheid dus om van het uitzicht te genieten ..... De route is gemarkeerd met bamboe staken met daarop enkele aluminium bierblikjes geprikt, goede reflectoren voor de radar en tevens een extra reden om nog eens een biertje open te trekken. Op enkele plaatsen staat een olievat als herkenningspunt, met als topper de vier op elkaar gestapelde oliedrums met daar bovenop een closetpot, opschrift "Laatste toilet voor de komende 4000 km". Dit was alles nog zichtbaar, maar al snel werd de sneeuwstorm zo hevig dat onze voorruit een dikke laag sneeuw en ijs werd en het zicht zich beperkte tot in de Hagg. Een combinatie van GPS en radar-navigatie moest ons op de juiste track houden. Dat dit lang niet eenvoudig is ondervond ik toen ik na enige tijd het stuur mocht overnemen, een geruststelling was de gedachtte dat we geen tegenliggers zouden tegenkomen .... De informatie van het GPS display en aanwijzingen van Jan, die achter het radarscherm zat moesten ons van waypoint naar waypoint brengen. Halfweg S2 werd er bij een "tankstation" een stop gemaakt, de eerste drie olievaten bleeken leeg, bij een vierde konden we met onze handpomp voldoende kerosine tanken. Dit alles bij een minimaal zicht door de razende sneeuwstorm.
S2 is aan het oppervlak niet meer dan een houten hokje, zo groot als een telefooncel. Ik vond het heel wat om daar, zonder een hand voor ogen te zien, uiteindelijk toch terechtte komen. In de "aanhanger" van de Hagg deden we onze klimgordels om en extra warme kleding aan. Inmiddels hadden Andrew en Anthony een zijde van de "telefooncel" losgeschroefd en was een klein gat zichtbaar waardoor we, via een ladder, 12 meter moesten afdalen. Ik ging als eerste naar beneden, het was volledig donker en de mijnwerkerslamp op mijn helm bewees goede diensten. De temperatuur beneden is permanent -18 graden, echter door het ontbreken van wind voelde het niet zo koud. Op 12 meter onder het ijs bevond zich het voormalige kampement, eens opgebouwd vrijwel aan het oppervlak, echter in de loop der jaren volledig onder het ijs verdwenen. De gangen zijn smal en veelal minder dan een meter hoog. Balken die ooit dienst hebben gedaan als ondersteuning voor een dakconstructie zijn door de enorme druk van het ijs versplinterd ..... In iets dat vroeger ooit een keuken o.i.d. moet zijn geweest rest alleen een tafel die zich tot het uiterste moet inspannen om het niet ook te begeven onder de ijsmassa. Links en rechts in het ijs houten kisten of wat daar van over is, met blikken voedsel waarvan de etiketten een jaren 50-60 sfeer uitademen. Uitademen, dat moet ik ook af-en-toe, de gang wordt alsmaar smaller en ik kan alleen verder door me zijdelings voort te bewegen. Elektriciteits-draden, een ruimte waar ooit een generator heeft gedraaid ..... De opening erheen is te smal, ik durf er niet in. Aan het eind van de gang wacht de grootste uitdaging, de eigenlijke boorput. Een zeer smalle schagt die 36 meter diep is ...... we hebben touw bij ons..... Ik besluit terug te gaan, het was mooi genoeg! Jan is halverwege blijven "steken" ook hij houdt het voor gezien, deze ijsgrot is te benauwend.
Volgens Andrew hebben we S2 in een recordtijd gedaan, veelal blijft men
veel langer beneden. Nadat de "telefooncel" weer van het zijpaneel is
voorzien koersen we in de Hagg richting Zuidpoolcirkel. Nu is het aan Jan om
de Hagg te besturen en bestudeer ik het radarscherm. Na een korte rit zijn
we dan "echt" in het Zuidpoolgebied, de plek wordt gemarkeerd met een bord
"Antarctic Circle" en de nodige foto's worden gemaakt. Overigens nog steeds
in een flinke sneeuwstorm. De terugrit kan beginnen, weer ruim 6 uur rijden
..... Andrew heeft echter voor de nodige hartversterking gezorgd in de vorm
van port en een nog wat pittiger drankje. Jan, goed op de hoogte van het
verkeersregelement, blijft aan de cola. Uren rijden we weer op GPS en radar,
de ruiten zitten dik onder het ijs. Als we dan uiteindelijk een stop maken
en de deur van de Hagg openen blijkt het een stralend mooie ochtend te zijn
....... Het ijs is snel van de ruiten verwijderd en de rest van de tocht
hebben we een mooi uitzicht over de ijskap onder het licht van de opgaande
zon. In de verte zien we de spiegeling van de Vanderford-gletcher en meer op
de voorgrond Ardery-Island. Als we Casey naderen is het inmiddels bijna
07:00, eenmaal ter plekke wordt de Hagg uitgepakt, eten we nog even iets en
gaan slapen.
Hallo Frans,
Weer thuis! Maandagmorgen, 27 januari, was de expeditie dan toch echt
voorbij. Uiteindelijk nog enkele dagen eerder dan verwacht, de reis met de
Aurora Australis verliep voorspoedig en Qantas had nog een plek vrij op een
eerdere vlucht.
De afgelopen week fijn thuis doorgebracht, weer een beetje aan elkaar en de omgeving wennen. Vanaf a.s. woensdag stort ik me weer op het "normale" werk, bij Mactwin en op het instituut. Om de "Mactwin-tijd" gedurende de expeditie in te halen werk ik enkele maanden 80% voor Mactwin en 20% op het instituut.
Jan is afgelopen vrijdag weer in Nederland aangekomen, hij had nog wat tijd in Kingston nodig om het vervolg van het project te bespreken. Duidelijk is al wel dat er van de zijde van de Antarctic Division nu een breed draagvlak voor een meerjarig vervolg is, zodat Jeroen vrijwel zeker de komende 2 jaar veel tijd op Ardery Island zal gaan doorbrengen.
Technische ondersteuning door een volledig betaalde kracht zit er niet in, zodat we mogelijk gaan uitkijken naar een vrijwilliger of een stage-kracht. Voor mij is er nog wel het e.a. aan verbetering en aanpassing van het systeem te doen, zodat ik nog wel vooruit kan.
We moeten binnenkort maar eens een afspraak maken om elkaar weer eens "live" te ontmoeten.