Ardery Island, Antarctica
66 Zuid, 110 Oost
Beste allemaal,
Vandaag kan ik, hoewel het schitterend weer is, beginnen aan een eerste
email-brief die per radio-datalink naar Casey Station en vervolgens per
satelliet naar het ongetwijfeld herfstige Nederland gestuurd kan worden. De
gelegenheid om wat te schrijven komt omdat ik gisterochtend een
spier/pees/band bij mijn knie heb geforceerd door mijn voet achter een rots
te laten haken bij een klein sprongetje. Eventjes vergeten dat ik hier van
de mega-schoenen aan heb met dikke voering. Ik viel niet hard (in de
sneeuw), maar de krampachtige poging om mijn been alsnog mee te krijgen gaf
een dreun. Eerst had ik er nauwelijks last van, en ben de hele dag nog met
een zware rugzak de kliffen op en af geklauterd. Toen ik 's avonds stil ging
zitten werd het echter gevoelig, en vannacht deed het goed pijn. Via de
radio heb ik het met dokter Annette op Casey besproken. Hoewel het niets
ernstigs is, en blijven bewegen het beste, leken klauterpartijen op de
steile kliffen me voor vandaag toch niet echt verstandig.
Vandaar dus dat we met wat bewerkingen van gegevens zijn begonnen (jaja, die zijn er al!) en andere klusjes doen in en rond de hutten. Terwijl in Nederland de herfst begint, gaan hier de dagen juist wat lengen. De lente neemt een voorzichtige aanvang en de temperaturen lopen een ietsje op. In de twee voorgaande weken schommelden de temperaturen hier op Ardery rond de min 15, maar voor vandaag is een maximum temperatuur van rond de min 6 graden Celcius voorspeld. De zee rond Ardery, die zo af en toe bij de aflandige wind open waait, bevriest telkens weer binnen een aantal uren. We zijn dan ook echt geisoleerd van de buitenwereld, want onbereikbaar voor de rubberboten vanaf Casey Station.
Voor wie niet precies weet wie "we"
zijn, zal ik even een voorstelronde houden. Jeroen Creuwels (Djzeroon op
zijn Australisch) begint hier aan een promotie onderzoek dat het eerste deel
moet vormen van een lange-termijn project aan stormvogels. Hem wacht de niet
geringe taak om zich in korte tijd te ontwikkelen tot zowel zeevogelbioloog
als techneut. Tot kerstmis heeft hij voor het eerste mijn hulp, en voor het
tweede die van Willem van der Veer (daarna krijgt Jeroen steun van een
Australische vrijwilliger). Willem is electrotechnicus van het IBN in Arnhem
en is vanaf het begin betrokken geweest bij dit project en bouwer van onze
'kunstnesten'.
Daarmee zit ik direct in het 'waarom' van onze aanwezigheid hier.
Voortbouwend op mijn vroegere onderzoek aan de stormvogels op Ardery Island
is dit het eerste jaar van een poging een lange termijn project te starten
aan vooral de Antarctische Stormvogel.
Deze Antarctic Petrel (Thalassoica
antarctica) is in het kader van het 'Krill-Verdrag' (= het
visserij-verdrag voor de Zuidelijke Oceaan) gekozen als een van de
kenmerkende diersoorten die kunnen dienen om de toestand in het gebied te
'meten'. Een vergelijkbare rol is toegedacht aan bv. de Adeliepinguin en de
Krabbeneter-zeehond. Door het wel en wee van dergelijke dieren jaarlijks in
de gaten te houden hoopt men een soort controle te houden op eventuele
veranderingen in de situatie in het gebied. De afspraak in het Antarctische
visserij-verdrag is dat 'afhankelijke organismen' niet mogen lijden onder
een eventuele visserij in het gebied. Dat is natuurlijk mooi gezegd, maar
minder makkelijk gedaan, want hoe onderscheid je natuurlijke van
onnatuurlijke (visserij) oorzaken van toenemende of afnemende
vogelpopulaties? Een van de dingen die je in de gaten moet houden is de
conditie (voedingstoestand) van de vogels en de effecten daarvan op hun
kansen op overleving en voortplanting. Pas als je een idee hebt van de
variaties die daarin in 'normale' jaren optreden, kun je eventuele invloeden
van visserij gaan meten. Daarop richt zich dit project. Door op een aantal
nestplaatsen een kunstnest te installeren, hopen we in detail te kunnen
volgen hoe de conditie van vogels is en hoe dat hun broedsucces en
uiteindelijke overleving beinvloedt.
De vogels krijgen langs hun bovenbeen een microchip geïnjecteerd
(een 18 mm lang glazen buisje) met daarin een voorgeprogrammeerd uniek
nummer dat met een antenne in het nest kan worden afgelezen. Het nest is
tegelijkertijd een nauwkeurige weegschaal zodat we kunnen meten in welke
conditie een bepaalde vogel zich bevindt, hoe dat in de loop van het seizoen
verandert, en hoe vaak en hoe veel voedsel de verschillende ouders naar de
kuikens brengen. De reden dat we hier zo vroeg in het seizoen zijn, lang
voordat het echte broeden begint, is dat ik verwacht dat de conditie van de
vogels aan het einde van de winter heel sterk bepaalt hoe het broedseizoen
in de zomer zal verlopen. We hebben 20 van dit soort nesten voor bij
Antarctic Petrels, en ter vergelijk gaan we bij 20 nesten van Zuidelijke
Stormvogels hetzelfde doen. Deze Southern Fulmars (Fulmarus
glacialoides) hebben een nogal ander type leefwijze en vormen daarom
een zinvolle aanvulling voor het meten van de toestand in de Zuidelijke
Oceaan. Als het allemaal lukt (de voortekenen na een week of twee zijn niet
echt slecht) dan beginnen we hier een mooi project dat de jarenlange
voorbereiding (vanaf 1992), de hoge kosten, de steeds verder oplopende
stress, en de koude vingers en tenen ter plekke meer dan waard is.
| Email van
Jan Andries #2 |